7311 | 1SA 4:12 | Een Benjamiet verliet ijlings het slagveld, en met gescheurde klederen en met aarde op het hoofd3 bereikte hij Sjilo nog diezelfde dag. |
7488 | 1SA 13:1 | Saul was 1 jaar oud, toen hij koning werd, en… jaar regeerde hij over Israël. |
7893 | 1SA 25:29 | Wel is er iemand opgestaan, om u te vervolgen en uw leven te belagen; maar dank zij Jahweh, uw God, zal het leven van mijn heer geborgen zijn in de buidel des levens4, terwijl het leven van uw vijanden wordt weggeslingerd uit de holte van de slinger. |
7980 | 1SA 29:10 | Trek dus morgenvroeg op met de dienaren van uw heer, die met u mee zijn gekomen, en begeef u naar de plaats, waar ik u gevestigd heb; laat u niet leiden door gevoelens van wraak, want ik acht u hoog1. Maak u dus morgenvroeg gereed en vertrek, zodra het dag wordt. |
9261 | 1KI 15:9 | In het twintigste jaar der regering van Jeroboam over Israël werd Asa koning van Juda5. |
9554 | 2KI 1:17 | En hij stierf, zoals Jahweh hem door Elias voorspeld had. En omdat hij geen zoon had, volgde zijn broer Joram hem op1. |
9668 | 2KI 5:17 | Toen zeide Naäman: Zoals ge wilt; maar verleen aan uw dienaar de gunst, zoveel aarde mee te nemen, als een koppel muildieren kan dragen; want uw dienaar wil geen brand- of slachtoffer meer opdragen aan een anderen God, dan aan Jahweh alleen1. |
9703 | 2KI 6:25 | En het beleg duurde zo lang, dat er in Samaria een grote hongersnood ontstond, en een ezelskop tachtig zilverlingen, een kwart maatje schillen1 vijf zilverlingen kostte. |
9705 | 2KI 6:27 | Hij antwoordde: Als Jahweh u niet helpt, hoe zal ik het dan kunnen? Soms met iets van de dorsvloer of perskuip2? |
9709 | 2KI 6:31 | En hij riep uit: Zo moge Jahweh mij doen en nog erger3, als het hoofd van Eliseus, den zoon van Sjafat, morgen nog op zijn romp staat4. |
10366 | 1CH 3:1 | Hier volgen de zonen van David1, die hem in Hebron geboren werden. De eerstgeborene was Amnon, de zoon van Achinóam uit Jizreël; |
11569 | 2CH 18:22 | Welnu, thans heeft Jahweh een leugengeest in de mond van deze profeten gelegd, omdat Jahweh uw verderf heeft besloten2. |
11574 | 2CH 18:27 | Maar Mikájehoe sprak: Als gij ongedeerd terugkomt, heeft Jahweh niet door mij gesproken3. |
11662 | 2CH 23:1 | Maar in het zevende jaar1 nam Jehojada een moedig besluit. Hij sloot een overeenkomst met de bevelhebbers over honderd, namelijk Azarjáhoe, den zoon van Jerocham, Jisjmaël den zoon van Jehochanan, Azarjáhoe den zoon van Omed, Maäsejáhoe den zoon van Adajáhoe, en Elisjafat den zoon van Zikri. |
11678 | 2CH 23:17 | Toen liep al het volk naar de tempel van Báal en verwoestte hem; zij vernielden de altaren, sloegen de beelden kort en klein3, en doodden den Báalspriester Mattan voor het altaar. |
12101 | EZR 2:69 | Ook droeg men naar vermogen bij aan het fonds, dat voor de eredienst was bestemd: voor een en zestigduizend drachmen7 aan goud, voor vijfduizend mina aan zilver, en honderd priestergewaden. |
12123 | EZR 4:8 | Rechoem, de landvoogd4, en Sjimsjai, zijn geheimschrijver, schreven eveneens aan Artaxerxes over Jerusalem een brief van de volgende inhoud: |
12616 | NEH 11:24 | Petachja, de zoon van Misjezabel, uit de zonen van Zara, den zoon van Juda, was gevolmachtigde van den koning3 in alle aangelegenheden van het volk. |
13197 | JOB 14:12 | Zo legt de mens zich neer, en staat niet meer op En wordt niet wakker uit zijn slaap. 14:12b Zolang de hemel bestaat, ontwaken zij niet! |
15963 | PSA 118:26 | Gezegend, die komt in de Naam van Jahweh:7 Uit Jahweh’s woning bidden wij zegen u toe! |
18737 | ISA 50:5 | Jahweh, de Heer, heeft Mij het oor geopend, Om als een leerling te horen. 50:4c Elke morgen wekt Hij mijn woord, Elke morgen wekt Hij mijn oor: En Ik spreek niet tegen, Keer Mij niet af. |
27509 | ACT 14:26 | Vandaar keerden ze per schip naar Antiochië3 terug, waar men hen aan Gods genade had toevertrouwd voor het werk, dat ze thans hadden volbracht. |
27533 | ACT 15:22 | Toen besloten de apostelen, de priesters en de hele vergadering, enige mannen uit hun midden te kiezen, en ze met Paulus en Bárnabas naar Antiochië8 te zenden: het waren: Judas bijgenaamd Barsabbas, en Silas: mannen van aanzien onder de broeders. |
27558 | ACT 16:6 | Ze trokken nu Frúgië en de streek van Galátië door, omdat de Heilige Geest hen belette, het woord in Azië2 te verkondigen. |
28250 | ROM 9:27 | En over Israël roept Isaias het uit: “Al was het getal van Israëls zonen Als het zand van de zee, 9:het overschot zal worden gered; |
28340 | ROM 13:6 | Om dezelfde reden ook moet gij de belasting betalen; want de 13:is beambte van God, en is voortdurend in beslag genomen door haar taak. |
29193 | GAL 3:24 | De Wet is dus onze tuchtmeester geweest tot Christus’ 3:opdat we gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. |
29222 | GAL 4:24 | Deze dingen hebben een zinnebeeldige betekenis. Want de twee 4:verbeelden tweeërlei verbond. Het éne, dat van de berg Sinaï, brengt slavenkinderen voort, en dat is Agar; |
31412 | TOB 14:9 | en al de koningen der aarde zullen den Koning van Israël aanbidden en daar zich verblijden4. |
34074 | LJE 1:72 | aan het purper en lijnwaad 8, dat op hen ligt te rotten, kan men erkennen, dat ze geen goden zijn; tenslotte worden zij zelf weggevreten, en worden een schande voor het land. |
34257 | 1MA 1:10 | Uit hen nu ontsproot een goddeloos wicht, Antiochus Epifanes, een zoon van koning Antiochus. Hij was in Rome gijzelaar geweest, en kwam aan de regering in het jaar 137 van de griekse heerschappij. |
34267 | 1MA 1:20 | Nadat Antiochus Egypte verslagen had, keerde hij in het jaar 143 terug, en trok met een geweldig leger op tegen Israël en Jerusalem. |
34301 | 1MA 1:54 | Op de vijftiende Kislew van het jaar 145 plaatsten ze de gruwel der ontheiliging op het offeraltaar, terwijl men overal in de steden van Juda altaren oprichtte, |
34381 | 1MA 2:70 | Hij stierf in het jaar 146, en werd in het familiegraf te Modin begraven. Heel Israël hield over hem een plechtige rouwklacht. |
34418 | 1MA 3:37 | De koning zelf nam de andere helft van de troepen, vertrok in het jaar 147 uit zijn hoofdstad Antiochië, stak de Eufraat over en doorkruiste de hoger gelegen gebieden. |
34493 | 1MA 4:52 | brachten ze in de vroege morgen van de vijf en twintigste der negende maand, dus in de maand Kislew van het jaar 148, |
34586 | 1MA 6:16 | Zo stierf koning Antiochus daar in het jaar 6:149. |
34590 | 1MA 6:20 | Ze sloten zich dus aaneen, en begonnen met de belegering in het jaar 150, waarbij gebruik werd gemaakt van schiettorens en belegeringswerktuigen. |
34634 | 1MA 7:1 | In het jaar 151 wist Demétrius, de zoon van Seleúkus, uit Rome te ontsnappen. Hij landde met een klein gevolg bij een kustplaats, en begon daar als koning op te treden. |
34718 | 1MA 9:3 | Daarop sloegen zij in de eerste maand van het jaar 152 het beleg om Jerusalem. |
34769 | 1MA 9:54 | In de tweede maand van het jaar 153 gaf Alkimus bevel, de muur van de binnenste tempelvoorhof neer te halen, en daardoor het werk der profeten te vernielen. En juist was men met het slopingswerk begonnen, |
34789 | 1MA 10:1 | In het jaar 160 begon Alexander Epifanes, de zoon van Antiochus, een veldtocht en veroverde Ptolemáis, waar hij als koning erkend werd en optrad. |
34809 | 1MA 10:21 | Daarom bekleedde Jonatan op het loofhuttenfeest in de zevende maand van het jaar 160 zich met het heilig gewaad. Ook bracht hij een leger op de been, en schafte veel oorlogsmateriaal aan. |
34845 | 1MA 10:57 | Vergezeld van zijn dochter Kleópatra verliet dus Ptoleméus Egypte, en kwam in het jaar 162 te Ptolemáis aan, |
34855 | 1MA 10:67 | In het jaar 165 ging Demétrius, de zoon van Demétrius, van Kreta naar het land zijner vaderen. |
35055 | 1MA 13:51 | En op de drie en twintigste dag van de tweede maand in het jaar 171 hield hij zijn plechtige intocht onder gejuich en het wuiven van palmen, onder het spelen van citers, cymbalen en harpen, en het zingen van hymnen en liederen: Want de grote vijand was uit Israël verdreven! |
35058 | 1MA 14:1 | In het jaar 172 riep koning Demétrius zijn troepen bijeen, en trok naar Medië, om daar versterking te zoeken voor zijn strijd tegen Trúfon. |
35084 | 1MA 14:27 | De oorkonde luidde aldus: Op de achttiende Eloel van het jaar 172, het derde jaar van Sjimon, hogepriester |
35116 | 1MA 15:10 | In het jaar 174 trok Antiochus dus het rijk van zijn vaderen binnen, en zoveel troepen sloten zich bij hem aan, dat er maar weinigen bij Trúfon bleven. |
35161 | 1MA 16:14 | Nu was Sjimon gewoon, de steden in het land af te reizen, om te weten, wat ze nodig hadden. Zo ging hij ook naar Jericho, vergezeld van zijn zonen Mattitja en Judas; het was de elfde maand van het jaar 177, welke maand Sjebat genoemd wordt |
35178 | 2MA 1:7 | Onder de regering van koning Demétrius in het jaar 169. Wij, Joden, hebben u een brief geschreven in de uiterste nood, die in deze jaren over ons is gekomen, sinds Jáson en zijn aanhang van het heilige land en van het rijk zijn afgevallen. |
35180 | 2MA 1:9 | Viert ook gij dus de dagen van het loofhuttenfeest in de maand Kislew. Gegeven in het jaar 148. |
35533 | 2MA 11:1 | Lúsias, de voogd en bloedverwant1 van den koning en tevens rijkskanselier, was over dit verloop van zaken ten zeerste verbitterd. In zeer korte tijd |
35553 | 2MA 11:21 | Moge het u goed gaan! In het jaar 148, de vier en twintigste Dústros |
35555 | 2MA 11:23 | Nu onze vader6 onder de goden is opgenomen, is het onze wens, dat alle onderdanen van het rijk zich ongestoord aan hun zaken kunnen wijden. |
35565 | 2MA 11:33 | Moge het u goed gaan! De vijftiende Xántikus van het jaar 148. |
35570 | 2MA 11:38 | Moge het u goed gaan! De vijftiende Xántikus van het jaar 148. |
35616 | 2MA 13:1 | In het jaar 149 vernamen de aanhangers van Judas, dat Antiochus Eúpator met een leger tegen Juda oprukte, |
35645 | 2MA 14:4 | ging hij in het jaar 15 naar koning Demétrius, en bracht hem een gouden krans met een palmtak, en verder nog de gebruikelijke olijftakken uit de tempel. Overigens hield hij zich die dag nog rustig. |